“Ik ben opgebrand, maar ze proberen me steeds weer aan te steken,” zei mijn ziekteverzuim-cliënte met een burnout, wanhopig. Ik had direct de associatie met de gedenkwaardige periode dat ik in een boerendorp woonde, met een kleinschalig veestapeltje, een zwart schaap met één oog, een big met rotkreupel, een Vlaamse Reus, drie kippen, een vals kraaiende haan en wat geitjes en baaltjes hooi en stro om mijn dieren het leven te veraangenamen. Het eerste wat mij door de autochtone bevolking werd geleerd was: nóóit een gebruikte lucifer weggooien, maar altijd weer terug stoppen in het doosje. Stel je voor dat er nog een sprankje vuur in zat en het hooi en stro zou vlam vatten, dan was de ellende niet te overzien.

Ik heb die gewoonte nooit meer afgeleerd, met als gevolg dat ik, al lang weer stadsmens, regelmatig misgrijp als ik het gas aan wil steken of een sfeerkaarsje, wat in dat boerendorp natuurlijk ook not done was. Dan pak ik zo’n opgebrande lucifer uit het doosje, die ik te vergeefs probeer aan te strijken. En natuurlijk stop ik hem weer terug en weer terug en weer terug…en uiteindelijk houd ik een doosje met alleen maar opgebrande lucifers over,dat ik dan, opgelucht, weg gooi.

Dat deed de werkgever ook met mijn cliënt. Opgebrand als ze was hadden ze haar gewoon weer terug in het doosje gestopt en per ongeluk of misschien wel expres of simpelweg uit gewoonte, pakten ze haar er telkens weer uit en verwachtten dat ze zou branden. Of misschien wilden ze kijken of er toch nog iets smeulde dat snel weer aan te wakkeren was, niet bang voor brand in hooi en stro of de vlam in de pan bij de uitgebluste medewerkster. En toch zijn opgebrande lucifers niet waardeloos, maar uitstekend geschikt voor hergebruik.. Er zijn mensen die bouwen er hele kastelen, dorpen, molens en vloten van..En als het een lange lucifer is en alleen het kopje verbrand is, zou je hem natuurlijk opnieuw in de zwavel kunnen dopen en dan doet-ie het weer.

Hoe gaan we om met onze opgebrande mensen? Gooien we ze weg, doe we ze terug in het doosje en vervloeken we ze elke keer al we ze te vergeefs proberen aan te steken, maken we ze geschikt voor hergebruik, dopen we hun koppetjes opnieuw in de zwavel?

Mijn cliënte wilde vooralsnog alleen maar (h)erkend worden als -tijdelijk- opgebrande lucifer, niet worden weggegooid en ook niet weer terug in het doosje. Wat wel? Dat zijn we nog aan het uitzoeken. Ze is alweer zover dat ze lacht als ik haar “zwavelkoppie” noem en ze heeft haar haar zelfs rood geverfd.