In  mijn eerste baan, 40 jaar geleden, moest ik klokken. Door het management was altijd na te gaan of ik mijn contractuele werkuren draaide, doordat ik ’s ochtends registreerde dat ik aankwam en ’s middags dat ik weg ging, op de prikklok. Ik ben vergeten hoe het moest, zóóó lang geleden. En ik weet ook niet meer of we “straf” kregen als we ons niet aan onze werktijden hielden. Dat gebeurde mij ook niet. Ik was niet bang voor straf wegens te laat komen, ik had geen moeite met opstaan en toen vond ik werken nog overwegend dol-leuk, ik vond het bijna jammer als ik naar huis moest. Dus bleef ik vaak wat langer en we werkten regelmatig over met een ploeg collega’s, zonder morren, we hadden de grootste pret. En de prikklok had geen klagen.

Nu dien ik, als zovelen, van van half negen tot vijf uur te werken. Ik hou me daar niet aan. Regelmatig doe ik ’s avonds iets, thuis voor het werk. De vrijdagen dat ik formeel vrij ben check ik altijd mijn werkmail en reageer ik daarop als het nodig is en pleeg ik telefoontjes met cliënten en opdrachtgevers. Mijn werkmobiel staat dag en nacht aan en als ik in de buurt ben als-ie-gaat pak ik ‘m op, binnen en buiten werktijd. Zo doe ík het. Ik ben niet heilig en ik klop me niet op m’n borst. Ik doe het al een jaar of 30 op die manier en ik voel me er prettig bij.

Collega’s doen het wellicht anders, hebben meestendeels ook een ander privé leven dan ik. Dat betekent niet dat ze de kantjes er vanaf lopen. Ja, ze komen af en toe te laat, doordat ze in en file hebben gestaan, zich hebben verslapen. En dat laatste gebeurt mij ook, zij het minder vaak, omdat  ik toevallig een man heb die ’s ochtends om half zeven al victorie kraait en dan is er voor mij geen slapen meer aan en ik woon in de plaats waar ik werk. Dus ben ik meestal op tijd.

Ik snap dat werkgevers een kader moeten stellen en dat het niet aangaat dat iedereen binnen komt zeilen wanneer het hem of haar zint. Ik denk wel dat er bij elk individu en vooral bij  iemand die geen ochtendmens is, of een rotte route vol files ver weg woont, moet worden gekeken naar de algehele inzet. En dat hij of zij niet moet worden afgerekend op de paar minuten dat-ie te laat komt. Aan mensen die stipt om half negen binnenkomen en tot vijf voor vijf met de armen over elkaar blijven zitten om vervolgens de jas aan te trekken en naar huis te gaan, heeft een organisatie vele malen minder dan aan iemand die te laat komt en zich vervolgens uit de naad werkt, loyaal is naar het team en betrokken bij de organisatie.

Van mij mogen ze overigens die prikklok weer instellen, onder de voorwaarde dat mensen ook kunnen klokken wat ze buiten hun werktijd aan  hun werk doen. Al dat gepieker bijvoorbeeld over culturen van macht en controle, keurslijven, miscommunicaties en werkomstandigheden die de professionaliteit en creativiteit begrenzen en het nog moeilijker maken om ’s ochtends op tijd op te staan, omdat je er ’s nachts van wakker ligt. Dat vréét energie en daar komen werkgvevers pas ècht aan te kort.