Ik kom uit een bedrijfscultuur waarin het principe van ‘ik doe iets voor jou, dan doe jij iets voor mij’ diep verankerd is. De associatie met gesjoemel en geritsel wordt al snel gelegd, maar ik zou het positief willen benaderen. Voor iemand die iedere dag zich het zweet op de rug werkt en niet te beroerd is om af en toe wat overuren te draaien, zullen we niet zo moeilijk doen als we hem of haar wat uurtjes vrij moeten geven om zijn zieke vader te helpen of als er plotseling die dag geen oppas beschikbaar is. Voor de medewerkers voor wie het iedere dag stipt om half 6 ‘operatie stofwolk’ is, zal er wat strikter naar de opname van verlof worden gekeken. De kracht van dit principe is de lef om onderscheid te maken en daar het beloningsinstrument van betaald verlof voor durven in te zetten. Wie goed doet, goed ontmoet.  

Sinds een paar jaar zijn we onderworpen aan een web van regels als het gaat om de verschillende vormen van verlof. Calamiteitenverlof, zorgverlof, adoptieverlof etc. Iedere vorm van verlof kent zijn eigen spelregeltjes, zonder ooit pragmatisch te worden. De grote bestuurlijke eenheidsworst schaart iedereen over één kam en maakt van een organisatie waarin men ‘er samen wel uit kwam’, tot een regeltjesfabriek, waarin werkgever en werknemers elkaar om de oren slaan met procedures en regelgeving. En als de regeling nu kristalhelder was, was er misschien nog iets voor te zeggen.

Meer dan eens wordt HR ingezet als het Orakel van Delphi wanneer het gaat om de beoordeling over een verlofaanvraag terecht is of niet. Huisartsen en kinderdagverblijven worden hoorndol van het verzoek om een ‘briefje’, waarmee later het verzoek voor betaald verlof beargumenteerd wordt.  

Begrijp me niet verkeerd, bijzonder verlof is noodzakelijk en geeft inhoud aan een belangrijke sociale en morele verplichting. Maar laten we het niet zo ingewikkeld maken. Laten we een dikke streep zetten door de hele regelgeving omtrent bijzonder verlof en weer vertrouwen op ons beoordelingsvermogen. En dat mag best subjectief zijn.