Ik voel het al als ik ’s morgens wakker word. Futloos, somber, appelig. Met tegenzin sleep ik me (te laat) naar kantoor waarbij ik bij me voorbaat bij de gniffelende collega’s verexcuseer dat, als ik spontaan in huilen uitbarst, het vooral niet aan hen ligt. In de auto heb ik overigens de ternauwernood de scheer oneindige ellende van de file door diesel-lekkende-vrachtwagen zonder tranen en vloeken doorstaan. Op de vraag wat ik er van vind tijdens een overleg kan ik alleen maar ‘huh’ en ‘wat?’ antwoorden. In de loop van de dag begint de zeurende rugpijn. Het liefst wil ik wegkruipen in bed met thee en chocolade. Vol met heerlijke zelfmedelijden. Zwelgend in mijn eigen donkere wolk. Niet vrolijk en vriendelijk. Niet sociaal conformistisch. Ik nader sowieso de maximale inname van het doosje pijnstillers. Na de pappadag, secretaressedag, balansdag, brugdag, dierendag, trouwdag, bevrijdingsdag, koninginnedag, downsyndroomdag, dag van het brood, dag van het brood, downsyndroomdag, wereld aidsdag, dag van de architectuur, dag van de arbeid, dag van de leraar, dag van de aarde, dag van de hoogbegaafdheid en dag van de rechtspraak….pleit ik vandaag voor de Vrije Ongesteldheids Dag.