Laatst fietste ik door de polders en opeens kreeg ik het gevoel alsof ik op vakantie was.Het was niet het zonnetje op mijn gezicht en ook de zee en het strand waren ver te zoeken. Om me heen zag ik bijna allemaal busjes en auto’s met een buitenlandse kentekenplaat. Op het land en in de buurt van de kassen hoorde ik allemaal mensen praten in een taal die voor mij niet te verstaan was. Ik fietste toch echt door het brabantste land… Internationalisering is de naam van deze “boosdoener”. Is internationalisering eigenlijk wel een boosdoener? Is internationalisering een kans of een bedreiging? In dit artikel leest u over de voor- en nadelen van deze ontwikkeling in ons land.  

Internationalisering is de toename van internationaal contact tussen landen, organisaties, bedrijven en mensen.

Sinds 1 mei 2007 zijn de Europese grenzen voor werknemers verlegd. Vanuit Slovenië, Hongarije, Tsjechië, Estland, Letland, Slowakije, Litouwen en Polen is vrij verkeer mogelijk van werknemers naar Nederland. Deze landen worden ook wel de MOE-landen genoemd. Begin 2008 zijn er naar schatting minimaal honderdduizend MOE-landers in Nederland werkzaam.

Bijna een kwart van de bedrijven is van plan om ook volgend jaar werknemers uit het buitenland aan te nemen.

 In publieke discussies worden vaak de negatieve aspecten van arbeidsmigratie benadrukt, zoals de verdringing van Nederlandse werknemers, lagere lonen, en de mogelijke aanspraken van migranten op publieke voorzieningen. De voordelen van arbeidsmigratie worden minder vaak besproken, terwijl internationalisering zeker voordelen met zich meebrengt. Zo kunnen arbeidsmigranten helpen bij het oplossen van knelpunten op de arbeidsmarkt.

Internationalisering als kans Momenteel is er in Nederland sprake van een krappe arbeidsmarkt. Internationalisering is daarom nu juist zo voordelig. In 2008 gaan er meer werknemers dan ooit met pensioen en is de werkgelegenheid ten opzichte van 2007 opnieuw gestegen. Het gevolg hiervan is, dat het tekort aan personeel sinds 1970 niet zo groot is geweest. Door de krapte op de arbeidsmarkt kunnen niet alle vacatures met binnenlands aanbod worden vervuld. Bedrijven zijn hierdoor genoodzaakt prioriteit te geven aan het herinrichten van hun HR-beleid. De krappe arbeidsmarkt en vergrijzing dwingen werkgevers om alle mogelijke bronnen van arbeid aan te boren, waaronder ook buitenlandse werknemers. Als we de 100.000-150.000 arbeidskrachten uit Midden- en Oost-Europa niet hadden, zou het probleem op de arbeidsmarkt zeker groter zijn. Het werk zou anders blijven liggen. De tijdelijke arbeidsmigranten zijn gemotiveerd omdat ze een salaris kunnen verdienen wat meestal vele malen hoger is dan in hun land van herkomst. Werkgevers worden voorzien van gemotiveerd personeel en de welvaartsstaat ontvangt belastingen en premies over de verdiende inkomsten. En dat terwijl de staat nauwelijks belast wordt omdat de arbeidsmigranten na gedane arbeid het land weer verlaten. Hiernaast is er ook een kleinere groep migranten, de hooggeschoolde arbeidsmigranten, die bijdragen aan het groeivermogen van de Nederlandse economie, vooral als ze in  onderzoek en ontwikkeling werken. Hooggeschoolde arbeidsmigranten kunnen een hoop kennis en ervaring meenemen.  Internationalisering als bedreiging Waarom zien mensen internationalisering dan toch als een boosdoener?De meest voorkomende reden dat mensen internationalisering zien als een boosdoener, is omdat ze bang zijn dat ze worden verdrongen van de arbeidsmarkt. De meeste buitenlandse werknemers werken via een uitzendbureau en ze zijn vooral in de lagere uitvoerende functies met een lage beloning actief. Dit worden ook wel de ‘3D-banen’ genoemd (dirty, dangerous, demanding – vies, gevaarlijk en veeleisend). Werknemers van de Nederlandse arbeidsmarkt zijn minder geneigd dit soort werk te doen dus de verdringing van werknemers van de Nederlandse arbeidsmarkt is hierdoor ook beperkt. Ook vanwege de krapte op de arbeidsmarkt is er nauwelijks sprake van het verdringen van Nederlandse werknemers.   Ook zijn mensen bang door de komst van buitenlandse werknemers voor lagere lonen.De arbeidsmigratie van MOE-landers heeft geleid tot een toename van het aanbod van arbeidskrachten. In economische termen wordt wel gesproken van een schok op de arbeidsmarkt. Een dergelijke schok kan effect hebben op de lonen (en loonontwikkeling) en de werkgelegenheid. Het was te verwachten dat lonen minder snel zouden stijgen of misschien zelfs dalen in sectoren waar veel MOE-landers werkzaam zijn. Het netto-effect van arbeidsmigratie op loonvorming is echter gering. Een wereldwijde studie toontaan dat er in Europa slechts een beperkt negatief effect van migratie op loonvorming is (tussen de -0,3% en -0,8%). Een van de mogelijke redenen van dit beperkte effect is dat Nederland als gevolg van cao-afspraken een vrij rigide loonsysteem heeft, waardoor werkgevers op korte termijn beperkte mogelijkheden voor loonelasticiteit hebben.

Kans of bedreiging? Internationalisering van arbeid kan helpen om knelpunten op de arbeidsmarkt aan te pakken. Niet alle vacatures kunnen vervuld worden met binnenlands aanbod en buitenlandse werknemers kunnen een deel van de vacatures opvullen. Hiernaast kunnen hooggeschoolde arbeidsmigranten bijdragen aan het groeivermogen van de Nederlandse economie. Mensen die tegenstander zijn van internationalisering zijn vaak bang voor het verdringen van de Nederlandse werknemers op de arbeidsmarkt. Van verdringing is geen sprake, omdat de buitenlandse werknemers voor het grootste gedeelte in functies werkzaam zijn die voor Nederlandse werknemers niet aantrekkelijk zijn. Mensen zijn ook bang voor lagere lonen als gevolg van de komst van buitenlandse werknemers. Ook dit argument is te verleggen, omdat het effect van de migratie op de loonvorming slechts een beperkt negatief effect heeft. Kortom; Internationalisering moet niet gezien worden als een bedreiging, maar als een kans. Zonder de buitenlandse medewerkers zouden er nog meer vacatures onvervuld zijn met alle gevolgen van dien.      


Wees dus blij met het vakantiegevoel in eigen land…