Opleiders en trainers brengen kennis, vaardigheden en inzichten over op hun publiek. Waar vaak aan voorbij is gegaan de laatste jaren, is dat zij daarbij ook normen, waarden en ethisch besef ventileren. Echter, naar aanleiding van de kredietcrisis staat dat aspect van opleiden nu weer in het brandpunt van de belangstelling.
De autoriteiten roepen op nationaal en internationaal niveau hun toezichthouders en andere actoren in de financiële sector massaal op om beter te controleren en te sturen op moreel besef en maatschappelijk verantwoord handelen. Zij onderstrepen hierbij het belang van het meer en beter opleiden in deze aspecten van het functioneren. In de discussies hierover lijken dit de kerncompetenties te zijn geworden waar het in financieel-economische functies vanaf nu om gaat. Dit zouden derhalve terugkerende thema’s moeten zijn in curricula van financieel-economische beroepsopleidingen.
Aanvullend op deze opleidingseisen aangaande het aanleren van gedragsregels, wordt benadrukt dat er behoefte is aan een mentaliteitsverandering. Het aanleren van gedragsregels garandeert namelijk niet dat deze ook daadwerkelijk worden nageleefd. En die controle kan niet anders dan in de praktijk op de werkvloer plaatsvinden. De nieuwe gedragsregels sturen aan op risicomijdend gedrag. We kunnen dan stellen dat dat de derde kerncompetentie is die ontwikkeld dan wel beloond zou moeten worden bij mensen die werken in de financiële sector. Eenzelfde ontwikkel- en beloningsbeleid zou moeten gaan gelden voor de eerder genoemde kerncompetenties: ‘moreel besef’ en ‘maatschappelijk verantwoord handelen’.
Om dit beleid te gaan toepassen, zullen deze kerncompetenties meetbaar en kwantificeerbaar moeten worden gemaakt. Dat wordt een uitdaging, want dan moeten die begrippen betekenis gaan krijgen in de vele werkgemeenschappen die er in de sector bestaan. Ongetwijfeld zal blijken dat een ieder een ander idee heeft bij deze verschillende competenties en dat de gedeelde opvattingen verschillen per werkgemeenschap. Het openstaan voor elkaars opvattingen en het aangaan van de dialoog hierover, zowel intern als extern, zijn stappen op de weg naar een gezamenlijk gedachtegoed over de grenzen van het inter-persoonlijke economische verkeer.
De contouren hiervan verschijnen reeds aan de horizon. Persoonskenmerken die wijzen op risico-avers gedrag zijn opeens weer sexy karaktereigenschappen. Risicozoekers en adrenalinekicks door grensoverschrijdend gedrag zijn uit de gratie ten faveure van stabiele, behoudende persoonlijkheden. De chief risk officer doet zelfs zijn intrede in de bestuurslag. We kunnen erop wachten dat de typering ‘nerd’ transformeert van scheldwoord naar geuzennaam.
Opleidingsinstituten die mannen en vrouwen voorbereiden op hun (verdere) handel en wandel in deze sector zullen op deze trend moeten inspelen. Nu al worden opleidingen doorgelicht op hun aandacht voor maatschappelijk verantwoord gedrag en duurzaam beleid ten aanzien van winsten, bonussen, arbeidsrelaties, medewerkers, het milieu en de werk- en leefomgeving. Er zijn zelfs wetenschappelijke onderzoeken gaande naar het mogelijke effect van de gebezigde moraal in beroepsopleidingen en ontwikkelprogramma’s voor volwassenen op het maatschappelijk verantwoorde en morele gedrag in hun werk. Hoewel dit effect door de onderzoeken niet wordt bevestigd, zal deze controle maar ook de onderlinge verbintenis tussen opleidingen en de praktijk alleen maar verder toenemen. Toezichthouders krijgen meer en meer controleverantwoordelijkheden. Dit vergt van hen kennis en expertise. Continue bijscholing is dan onontbeerlijk.
Leden van raden van commissarissen en raden van toezicht gaan we terugzien in de collegebanken. Zij zullen daar dan niet zitten om het eigen netwerk weer eens te ontmoeten en te verversen. De reden zal puur zijn: het is broodnodige kennisontwikkeling die vereist is om de dynamieken in de huidige economie te kunnen doorzien. Het bijscholen van deze toezichthouders van de toekomst vereist een actueel kennisniveau en inzicht in trends en toekomstige uitdagingen. In de overdracht van deze zaken is het van belang dat de juiste thema’s aan de orde komen vanuit een moreel besef. In een maatschappij waarin wordt gezocht naar nieuwe verhoudingen, structuren, en rolmodellen, is dit geen sinecure. Om in deze context als docent of als trainer voor zo’n groep te staan is dan, naast een sterk ontwikkelde en doordachte moraal, ook een flinke dosis zelfreflectie en zelfkritisch vermogen geen overbodige bagage. Wie aan dit competentieprofiel voldoet, kan veel geld gaan verdienen. O nee, dat mag niet meer….
[De tekst hierboven staat ook in het meinummer van het tijdschrift Opleiding & Ontwikkeling, in de rubriek Open Venster. In deze rubriek wordt het HRD-vakgebied bezien in het licht van maatschappelijke thema’s. Het Open Venster nodigt HRD-professionals uit om met elkaar stil te staan bij onze rol en verantwoordelijkheid in werkgerelateerde leerprocessen op de arbeidsmarkt. Reacties zijn daarom meer dan welkom.]



(3)