Vorige week las ik een interessant artikel over de toenemende drang van Nederlanders om te zeuren en te zaniken. De anonimisering van de samenleving zorgt ervoor dat er niemand is om je even tot de orde te roepen als je het besef voor realiteit dreigt te verliezen. Het zeuren wordt bij menig bedrijf zelfs aangemoedigd en gewaardeerd als feedback waarmee we ‘ons service-level op een nog hoger plan kunnen brengen’. En ook al is de kritiek vaak te absurd voor woorden, niet zelden wordt de wanklank omarmd als een godsgeschenk. Ook personeelsland ontkomt niet aan de tendens. Gedreven door arbeidsmarktkrapte zijn medewerkers ‘klanten’ geworden en doen we er alles aan om vooral een goed werkgever te zijn. Personeelsenquêtes leveren waardevolle informatie, maar daarbij dient een heleboel kaf van het koren gescheiden te worden. P&O’ers zitten vaak met gekromde tenen als de eerste commentaren binnen komen, maar iedere mening dient gerespecteerd te worden. C’est le ton qui fait la musique, maar de muziek lijkt vaak al overstemd te worden door geschreeuw. De grens met agressie is in veel gevallen nog maar flinterdun. Nog even, en ook de P&O’er heeft een achteruitgang en een rode alarmknop onder zijn bureaublad.

 

Wat ontbreekt is een tegenwicht. Waar zijn bijvoorbeeld de enquêtes gehouden onder managers waar een oordeel geveld kan worden over de houding, inzet en kwaliteit van medewerkers. Maar nog veel belangrijker is de simpele noodzaak om naast de rechten ook plichten te benoemen. Eén op één. Het is niet meer dan logisch dat een fantasiewereld gecreëerd wordt, als iedereen meehelpt om realiteit te verbloemen. ‘Nee’ is ook een antwoord en het zijn juist die managers, die zich uiteindelijk onderscheiden en het respect van medewerkers verdienen. Nu de economische crisis ook de bubble van overdreven arbeidsmarktverwachtingen uiteen doet spatten, is het tijd voor herbezinning, waarbij verantwoordelijkheden glashelder worden gemaakt. Verantwoordelijkheden waar we elkaar eindelijk eens op aan gaan spreken.