Een doorgewinterde lifter kan in één oogopslag inschatten of de tegemoetkomende berijder hem of haar mee laat rijden. Maar die dag zat ik er helemaal naast. Ik was op weg van Arnhem naar Maastricht en had mijn duim al laten zakken. Toen hoorde ik achter me remmen piepen en zag de oude Simca de vluchtweg op rijden. Een vriendelijk oud dametje gooide de deur open en riep stralend:”iedere dag wil ik een goede daad verrichten en jou meenemen is mijn goede daad van vandaag”. Het werd een gedenkwaardige rit met een geweldige reisgenoot.

 

Nu, twintig jaar later, flitst het credo nog af en toe voorbij. Als P&O’er zijn we druk bezig met strategische organisatie-ontwikkelingen, ken- en stuurgetallen en competentie-management. Allemaal heel zinvol, maar als ik medewerkers spreek bij bijvoorbeeld een exitgesprek en vraag wat men in P&O waardeert, dan blijken het nu net de kleine dingen te zijn. Bellen als iemand een tijd ziek is, die werkgeversverklaring nog even die dag in orde maken of gewoon eens een praatje maken hoe het met iemand is. Yep, ik weet het, het klinkt kneuterig, maar dat zijn de dingen die blijven hangen.

 

Als P&O’er willen we eigenlijk liever geassocieerd worden met de sexy organisatiekant van ons vak en de ‘P’ zou toch vooral meer opgepakt moeten worden door de manager zelf. Maar als we niet uitkijken verliezen we ons zelf in excel sheets en komen we de kamer niet meer uit. En daar gaat het mis. Uiteindelijk moet iedere P&O’er middenin de vijver staan en zijn antennes hebben uitgestoken om iedere rimpeling te voelen, zeker in een wereld waar medewerkers meer dan ooit het verschil maken. En ik voel weer een enorme drang opkomen om vandaag eens een goede daad verrichten…