Eind van vorig jaar zijn weer de nodige beoordelingsgesprekken gevoerd. En dus is HRM de uitkomsten/bevindingen van deze gesprekken weer aan het inventariseren om input te krijgen voor ontwikkelactiviteiten binnen de organisatie. Krijgt u daarbij ook een “déjà vu”-gevoel. Komt een (groot) deel van de beoordelingen niet sterk overeen met de uitkomsten van vorig jaar?

Wat betekent dit nu? Zijn we onvoldoende in staat om de ontwikkeling van medewerkers effectief te sturen. Leggen we te zeer de aandacht op het ontwikkelen van ontbrekende kwaliteiten, ook al zijn die niet altijd voor iedereen ontwikkelbaar? Dwingt het instrumentarium dat we hanteren ons te zeer richting een bepaalde uitkomst?

Wellicht moeten we het volgend jaar nu eens echt kiezen voor een andere aanpak. Laten we bijvoorbeeld meer aandacht besteden aan het benoemen van juist de sterke, onderscheidende kwaliteiten van medewerkers. En ons zelf de vraag stellen of we deze kwaliteiten al voldoende benutten binnen de organisatie. Maar laten we ook accepteren dat het steeds benoemen van de minder sterke punten van medewerkers niet meer zinvol is. Eigenlijk moeten we durven differentiëren en met medewerkers die punten bespreken, die voor ieder individu echt relevant zijn, en niet de punten die op het beoordelingsformulier staan. Dat leidt vast tot leukere, en dus effectievere gesprekken.

Ik wens u nog veel sterkte met het inventariseren van de beoordelingen.

Ruud Niessen
EVZ organisatie-advies