Op 1 maart 1996 werd in Nederland de ziektewet officieel afgeschaft. Er bleef een klein vangnet over voor zwangeren en werklozen, maar voor het merendeel van de werknemers gold hij niet meer en daarmee verdween ook de controlerend arts (ook wel verzekeringsarts genoemd)
Uit ons hedendaagse spraakgebruik is dat echter niet op te maken. Geen enkele wet leeft na zijn overlijden zo hardnekkig voort. De term: ‘ik zit in de ziektewet’ wordt nog dagelijks gebezigd. Veel mensen denken ook nog dat ze een ‘uitkering van de ziektewet’ krijgen terwijl de wg gewoon hun loon moet doorbetalen.
Veel werknemers (en ook nog een groot deel van leidinggevenden en werkgevers) denken dan ook dat de bedrijfsarts gewoon nog verzekeringsarts is en dat die bepaalt dat u weer aan het het werk kan of moet.
Nee hoor de werkgever die uw loon doorbetaalt die bepaalt of u weer aan het werk kunt of moet. De bedrijfsarts adviseert hem alleen maar.
Op zich misschien niet zo’n ramp dat de wet niet uit onze begrippenwereld is te slaan, maar wel jammer dat nu - na 14 jaar - nog steeds niet het besef is gegroeid dat ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid problemen zijn die wg en wn onderling moeten regelen. Jammer ook dat het niet geleid heeft tot een drastische verlaging van het verzuim. Ook een gemiste kans dat veel organisaties er niet in investeren om dat verzuim onder de 3 % te krijgen terwijl dat in alle sectoren volgens mij een haalbare doelstelling is.
Ik ken geen voorbeeld van een andere wet die zo hardnekkig is blijven leven. Je kunt je achteraf niet voorstellen dat tweede kamer en eerste kamer zich zo hardnekkig tegen die afschaffing hebben verzet destijds. Het lijkt soms net of het ook nooit gebeurd is.
Wilt u ook uw verzuim beneden 3 % brengen? Kijk op peulingsconsult.nl en wij wijzen u de weg.



