Sinds juni 2005 hebben werknemers recht op zorgverlof. Werknemers kunnen zo tijdelijk hulp bieden aan een partner, kind of ouder die levensbedreigend ziek is. Levensbedreigend ziek betekent dat het leven van die persoon op korte termijn ernstig in gevaar is. Maar de regeling geldt niet voor zieke schoonouders. Het is als advocaat niet mijn taak om te beoordelen wat rechtvaardig is, maar ik kan me zo voorstellen dat er gevallen zijn waarin deze regeling dat niet is.

Bijvoorbeeld als de schoonouders verder geen kinderen meer hebben en de schoondochter of schoonzoon nog de enig overgebleven familie is die voor hem of haar kan zorgen. Tenslotte zijn schoonouders ook familie.

Afgezien daarvan zijn er nog een aantal regels en voorwaarden die gelden voor het opnemen van zorgverlof. Zo mag je als werkgever het verlof weigeren als de organisatie in ernstige problemen zou komen. Daar moeten dan wel goede argumenten voor zijn. Als je er met de werknemer niet uit komt, dan kan in het uiterste geval de rechter uitspraak doen over de noodzaak van het verlof.

Als het zorgverlof eenmaal is ingegaan, dan kan het niet meer worden ingetrokken. Tijdens het  verlof hoeft geen salaris te worden doorbetaald, de werknemer zou hiervoor bijvoorbeeld zijn opgespaarde levensloopsaldo kunnen gebruiken. Zo kan de levensloopregeling toch van pas komen. Als de werkgever toestemming moet geven voor het zorgverlof, kan het opnemen van het levenslooptegoed immers niet worden geweigerd!
Over het zorgverlof (duur, betaling) kunnen afwijkende afspraken worden gemaakt in de CAO, met de OR of de personeelsvertegenwoordiging. Deze afspraken gaan voor de wettelijke regelingen.