Wanneer een Nederlandse onderneming wordt overgenomen, behoudt de individuele werknemer het recht op de arbeidsvoorwaarden die hij had bij zijn ‘oude’ werkgever. Volgens het Nederlandse Arbeidsrecht houdt dat onder andere in dat de (pre)pensioenverplichtingen ook overgaan naar de verkrijgende onderneming (artikel 3b uit de pensioen en spaarfondsen wet).
De verkrijgende onderneming kan een verzoek richten aan het bedrijfstak(pre)pensioenfondsbestuur voor vrijwillige aansluiting bij de bedrijfstak(pre)pensioenregeling. Het fondsbestuur besluit of de onderneming zich vrijwillig mag aansluiten of niet. Als het bestuur daartoe negatief besluit ontstaat er voor de verkrijgende onderneming een grote kostenpost.
Bij internationale overnames mist P&O in sommige gevallen essentiële kennis van de nationale wetgeving waar werknemers onder vallen als ze overgenomen worden door een internationale onderneming. In de praktijk heeft de volgende situatie zich voorgedaan.
Een Amerikaans bedrijf heeft een aantal vestigingen in Europa, onder andere één in België en één in Nederland. De Nederlandse vestiging wordt overgenomen door de Belgische vestiging. In de Nederlandse vestiging werken acht werknemers, waarvan er twee bijna de prepensioengerechtigde leeftijd van 61 jaar hebben bereikt. In Nederland vielen zij onder de verplichtstelling van een bedrijfstakprepensioenregeling.
Door overname van het Belgische bedrijf vallen de werknemers en de nieuwe Belgische werkgever niet meer onder de verplichtstelling. De reden daarvoor is dat de Belgische onderneming niet valt onder de werkingssfeer van de verplichtstelling. De Belgische firma verzoekt aan het bestuur van het bedrijfstak(pre)pensioenfonds om vrijwillige aansluiting, maar het verzoek wordt afgewezen.
Volgens het Nederlandse recht dat van toepassing is op de overgenomen werknemers, behouden zij het recht op de prepensioenregeling die zij bij hun ‘oude’ werkgever hadden. De werknemers hebben geen recht op de overgangsregeling behorende bij de bedrijfstakprepensioenregeling. Zelf hebben de werknemers één of twee jaar prepensioen opgebouwd, dat hooguit een paar honderd euro op jaarbasis oplevert.
Een en ander kan voor de verkrijgende werkgever nogal in de papieren lopen, als je bedenkt dat het gaat om het overbruggen van vier jaar tot aan de pensioengerechtigde leeftijd. Vanuit de regeling waaronder deze werknemers vielen, hebben zij recht op 70 procent doorbetaling van hun laatstverdiende salaris. De overnamekosten nemen door deze onvoorziene omstandigheid al snel toe met 200 duizend euro.



