Afgelopen weken stonden de kranten weer bol van de kabinetsplannen rondom de versoepeling van het ontslagrecht. De sociale partners lijken het daarover niet eens te kunnen worden.
Minister Donner wil ontslag van werknemers eenvoudiger maken en de hoogte van de ontslagvergoeding aan banden leggen. Hij heeft de Stichting van de Arbeid (STAR) om advies gevraagd, maar tot een eensgezind advies kwam het niet: werkgeversverenigingen en vakbonden staan lijnrecht tegenover elkaar.
Standpunt werkgevers
Van de werkgevers krijgt Donner de nodige bijval. Sterker: zij vinden zijn plannen nog niet verstrekkend genoeg. Kort gezegd bepleiten de werkgevers het volgende:
1. De werknemer krijgt niet 1, maar slechts 0,5 maandsalaris per gewerkt jaar mee als vergoeding.
2. Bovendien moet de vergoeding onafhankelijk van de leeftijd worden vastgesteld om het in dienst nemen van ouderen te stimuleren (het kabinet wil een verhoging vanaf het 40e jaar).
3. Voor alle werknemers – ongeacht hun salaris – geldt een maximumvergoeding van een jaarsalaris. Donner wil lagere inkomens op dit punt ontzien.
4. Verhoging van de ontslagvergoeding is mogelijk als de werkgever te weinig heeft geïnvesteerd in scholing van de werknemer.
Standpunt vakbonden
De vakbonden zien hier echter niets in. Zij vrezen dat met name oudere werknemers de dupe zullen worden. De vakbonden zijn wel voor invoering van een ontslagvergoeding voor alle werknemers, in alle situaties. Een dergelijk
“automatisch recht” bestaat thans niet, terwijl het kabinet dit slechts wil invoeren voor werknemers die via de kantonrechter worden ontslagen. Opzegging met gebruikmaking van een ontslagvergunning van het CWI zou dan mogelijk blijven zonder betaling van een vergoeding. De zienswijze van de vakbonden samengevat:
1. De bonden staan afwijzend tegenover het plan ontslag zonder voorafgaande toets mogelijk te maken op voorwaarde dat de werkgever maar afrekent.
2. Ontslag van werknemers via het CWI om bedrijfseconomische redenen – waarmee een vergoeding zou kunnen worden omzeild – mag niet te gemakkelijk worden.
3. Maximering van de vergoeding tot een jaarsalaris is onbespreekbaar.
4. Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd mag slechts één keer worden verlengd. Daarna moet een contract voor onbepaalde tijd worden aangeboden.
Donner zal zich over het advies van de STAR buigen, maar het is de vraag in hoeverre hij hiermee rekening houdt nu partijen niet in staat zijn geweest met een eenduidig advies te komen. Bijkomend probleem is dat ook de politieke partijen het niet met elkaar eens zijn. Wordt vervolgd.




