Vacature: administratieve duizendpoot. Oogst: 150 brieven. Mijn team heeft er drie uitgezocht. Ik mag de eerste gesprekken doen. We gaan voor een nieuw model. Ik ga de brieven en CV’s pas bekijken, als de mensen daadwerkelijk op gesprek zijn.

De eerste sollicitant, een dame van halfveertig, kijkt weg bij alles wat ik haar vraag en praat zo binnensmonds dat ik haar amper versta. Bovendien heeft ze felrode blosjes van agitatie, die haar niet flatteren. Haar CV is in orde. Zichzelf vanaf de MAVO omhoog gewerkt door allerlei administratieve cursussen te doen. 15 Jaar bij een Nutsvoorziening gewerkt en toen ging het licht uit, weggesaneerd. Ze schreef een aardige brief. “Als ik voorbij uw bedrijf fiets, denk ik, daar zou ik graag willen werken. Toen ik uw advertentie zag, dacht ik, dit is mijn kans!”. Met haar oogcontactloze geprevel verspeelt ze die kans.

De tweede is een dertiger in een vaal T-shirt en verwassen spijkerbroek met een getatoeëerde slang om zijn pols. Hij praat in termen van: “Ik wil die baan graag hebben, weet je wel. Want dat lijkt me leuk, weet je wel en ik kan aardig met computers overweg, weet je wel.” Ook hij heeft een behoorlijke CV, weliswaar met een paar fikse gaten, periodes waarin hij “aan zichzelf heeft gewerkt” zo verklaart hij. En een warme aanbevelingsbrief van een re-integratiebureau. We mogen hem gratis uitproberen, met behoud van uitkering. Nou nee, dus.

De derde is een jonge enthousiaste meid, kersvers van een gerenommeerde administratieve opleiding. Ze staat te popelen om aan haar eerste echte baan te beginnen. Het gesprek verloopt geanimeerd, háár CV bekijk ik pas echt goed nadat ze weg is. Alles klopt. CV en persoon sluiten naadloos op elkaar aan. Ik heb mijn keus gemaakt.

Die avond ben ik op een bijeenkomst van de bond, Het gaat over solliciteren. De inleiding wordt gehouden door een charmante, zeer welbespraakte dame, die vertelt hoe gemakkelijk werkgevers het zichzelf soms maken door niet verder te kijken dan hun neus lang is en gewoon de eerste de beste nemen, aan wie ogenschijnlijk geen vlekje te bekennen is. En daardoor anderen, die het veel moeilijker hebben om aan de bak te komen, zelden het voordeel van de twijfel geven. Ze komt me vaag bekend voor en ineens weet ik het…het is mijn eerste sollicitante van vanmorgen! Ze heeft of wel een total makeover gehad, of ze was undercover toen ze bij mij solliciteerde om de onbenulligheid van werkgevers aan het licht te brengen. Ik durf het haar niet te vragen.

In de pauze speur ik omzichtig naar de man met de tatoe. Misschien was hij ook wel een undercover-sollicitant. Ik ontdek hem niet, maar voel me er niet gerust op.

De volgende dag bel ik dame één voor een tweede gesprek met het team; ze prijzen mij om mijn voortreffelijke keus. De getatoeëerde meneer schrijf ik, laf, af met een standaardbriefje. Dame drie laat ik weten dat we iemand hebben gevonden die beter in het profiel past. Die vindt zó een baan. De wereld staat bol van werkgevers, die op de eerste indruk afgaan.